Vlaamse vastgoedmakelaars wijzen op cruciaal belang om tweede verblijf aan de Kust betaalbaar te houden

Vlaamse vastgoedmakelaars wijzen op cruciaal belang om tweede verblijf aan de Kust betaalbaar te houden

vrijdag 5 april 2013
  • 6 kustgemeenten houden tweede verblijf betaalbaar, 4 gemeenten voeren belastingverhoging door
  • 50% van de kustmakelaars merkt vandaag zekere argwaan bij (potentiële) tweede verblijvers
  • 62% van tweede verblijvers is doorsnee gezin
  • 82% verwacht dat tweede verblijvers hun pand zullen verkopen wanneer belastingverhoging effectief wordt  

Uit een bevraging bij 220 vastgoedmakelaars aan de Vlaamse Kust blijkt dat er zware implicaties voor de kusteconomie verwacht mogen worden als nog meer kustgemeenten een belastingverhoging op tweede verblijven invoeren. De meeste eigenaars van zo’n tweede verblijf zijn namelijk doorsnee gezinnen en niet de kapitaalkrachtigen zoals het clichébeeld voorschrijft. Bij een verdere belastingverhoging zouden heel wat van deze “gewone gezinnen” hun tweede verblijf verkopen, net zoals heel wat potentiële tweede verblijvers zouden afhaken. De Vlaamse vastgoedmakelaars appreciëren het dan ook ten zeerste dat een meerderheid van de kustgemeenten dit jaar nog geen belastingverhoging doorvoerde en zo het bezit van een verblijf aan de Kust betaalbaar houdt.

Vier van de tien kustgemeenten voerden dit jaar al een belastingverhoging op tweede verblijven door. Met een surplus van 54% tot 1000 euro was Oostende daarbij tot nu toe de absolute uitschieter, maar ook Koksijde, Blankenberge en Knokke-Heist spaarden de tweede verblijvers niet. De Panne, Nieuwpoort, Middelkerke, Bredene, De Haan en Zeebrugge deden dat wel en precies daardoor blijft het bezit van een tweede verblijf aan de Kust nog altijd een betaalbare en veilige belegging voor heel wat gezinnen. Onze Kust telt dan ook niet toevallig ruim 85.000 tweede verblijven, waarop zowel provinciale als gemeentelijke belastingen geheven worden.

Economisch belang

De Vlaamse vastgoedmakelaars - met name de grootste beroepsorganisatie CIB Vlaanderen en het beroepsinstituut van de sector, het BIV – willen bij deze wijzen op het belang om een tweede verblijf aan de Kust betaalbaar te houden. Daarvoor verwijzen ze uitdrukkelijk naar het grote economische impact van de tweede verblijven. Deze zijn uitermate belangrijk voor de kusteconomie en de werkgelegenheid in heel wat restaurants, winkels, bouwbedrijven, enz.

De Vlaamse vastgoedmakelaardij heeft er in elk geval alle begrip voor dat de gemeenten meer inkomsten nodig hebben, gezien de huidige economische situatie en de hoge kosten waarmee gemeenten geconfronteerd worden. Maar tegelijkertijd moet de sector vandaag concluderen dat sommige kustgemeenten voor hun extra inkomsten zwaar inzetten op de tweede verblijvers. Zo ligt de belasting op tweede verblijven onevenredig hoog in sommige gemeenten, zeker in vergelijking met de personenbelasting. Daarnaast blijken spijtig genoeg niet alle kustgemeenten rekening te houden met de grootte en waarde van het tweede verblijf. Wie een studio bezit van 80.000 euro betaalt in Oostende straks 1.000 euro belasting op z’n tweede verblijf, evenveel als de eigenaar die vorig jaar een penthouse kocht van 2 miljoen euro.

Grote impact

Belangrijke nuancering bij de bevraging is alvast dat het heersende clichébeeld over de tweede verblijvers vaak niet met de werkelijkheid strookt. Zo blijkt slechts een minderheid (35%) tot de echte kapitaalkrachtigen te behoren. De grote meerderheid van de tweede verblijvers aan de Kust (62%) blijkt een doorsnee gezin te zijn voor wie een eventuele prijsverhoging eveneens doorweegt op het budget. Een doorgedreven belastingverhoging zou zich dan ook direct laten voelen. 60% van de bevraagde vastgoedmakelaars vreest in dat geval een beperkte impact op het kusttoerisme en de - economie in het algemeen, 38,5% meent dat een belastingverhoging een grotere impact zou hebben. Amper 1,5% van hen meent dat dit geen enkel gevolg zou hebben.

Vandaag is in minder dan de helft van alle kustgemeenten sprake van een belastingverhoging. Toch constateert de helft van de bevraagde kustmakelaars al een zekere argwaan bij tweede verblijvers, alsook bij hun potentieel cliënteel. Indien het ook in andere kustgemeenten effectief tot een belastingverhoging zou komen, verwacht 82% dat heel wat tweede verblijvers (20% en meer) hun pand op termijn te koop zullen stellen. 91% verwacht zelfs dat heel wat potentiële tweede verblijvers (ook hier 20% en meer) zouden afhaken vanwege de hoge kosten.

Veel eigenaars van een tweede verblijf zien hun studio, appartement of villa aan zee als een goede en veilige belegging waar ze tijdens hun vrije tijd van kunnen genieten. Een deel van deze verblijven wordt ook verhuurd als vakantiewoning. De sector dringt er bij de gemeentelijke overheden op aan om deze motor van het kusttoerisme niet aan het sputteren te brengen met belastingverhogingen. Zowel CIB Vlaanderen als het BIV benadrukken dan ook open te staan voor elke vorm van constructief overleg en vragen expliciet om betrokken te worden bij toekomstige politieke discussies over de tweede verblijven.