Huurgarantiefonds gaat anders werken

Huurgarantiefonds gaat anders werken

woensdag 8 mei 2019

De Vlaamse Regering heeft, na het advies van de Raad van State, definitief het besluit goedgekeurd over de veranderde werking van het Fonds ter bestrijding van de uithuiszetting (FBUH), ook gekend als het Huurgarantiefonds. Dit fonds, dat bedoeld is om uithuiszettingen van huurders tegen te gaan en de inkomenszekerheid van verhuurders te verhogen, kent op vandaag weinig succes. Sinds de invoering in 2014 werden slechts 123 aanvragen tot tegemoetkomingen ingediend. De Vlaamse Regering kiest daarom voor een nieuwe werkwijze, met een sterkere focus op preventie.

Het FBUH blijft enkel van toepassing op de private huurmarkt en kan in een vroegere fase van het proces van uithuiszetting - vóór de vordering tot uithuiszetting wordt ingeleid bij de vrederechter - tussenkomen. Het OCMW krijgt een sleutelrol. Als ze beslist om het dossier te behandelen, verleent het Fonds een financiële tegemoetkoming aan het OCMW. Vervolgens zal het OCMW de huurder begeleiden om zijn huurachterstal af te betalen en om een stabiele woonsituatie te creëren. De huurder moet een huurachterstal hebben van een bedrag dat gelijk is aan minstens twee keer en maximaal zes keer de huurprijs.

De huurder, verhuurder en OCMW moeten een driepartijenovereenkomst ondertekenen waarin afspraken over de afbetaling van de huurachterstal en de begeleiding van de huurder door het OCMW worden vastgelegd. Dit moet gebeuren volgens een typeovereenkomst. De verhuurder verklaart daarin dat hij geen vordering tot uithuiszetting zal inleiden bij de vrederechter zolang de huurder het afbetalingsplan correct naleeft en er geen nieuw huurachterstal ontstaat.