Brusselse inspecteurs mogen weldra controleren op discriminatie bij de toegang tot huisvesting

Brusselse inspecteurs mogen weldra controleren op discriminatie bij de toegang tot huisvesting

woensdag 9 januari 2019

Op 21 december werd in het Brussels Parlement een ordonnantie aangenomen die controles rond het overtreden van de discriminatiewetgeving op de Brusselse huurmarkt toelaat. Ze treedt in werking op een datum die de Brusselse regering nog moet vaststellen.

De ordonnantie laat inspecteurs van Brussel Huisvesting toe om discriminatietesten in te zetten voor het opsporen van discriminerende praktijken door de vastgoedmakelaar en de private verhuurder. De inspectie kan 2 types discriminatietesten uitvoeren: de ‘situatietest’ (men brengt de vastgoedmakelaar of verhuurder in contact met twee profielen van kandidaat-huurders die hun interesse in een pand kenbaar maken, waarna wordt nagegaan of een verschil in behandeling kan worden vastgesteld) en de ‘mystery cliënt’ (men gaat na of op een discriminerend verzoek van een mogelijke klant wordt ingegaan).

De testen mogen enkel worden gebruikt na een klacht of melding, bij ernstige aanwijzingen van mogelijke discriminerende praktijken en mogen niet uitlokkend zijn. De Inspectiedienst zal de ernst van de ontvangen informatie beoordelen alvorens te controleren. Een schriftelijk verslag met het PV van deze inbreuk wordt overgemaakt aan de Procureur des Konings als er discriminatie wordt vastgesteld of wanneer discriminatie door een test wordt aangetoond. De Procureur des Konings  maakt de beslissing om al dan niet te vervolgen over aan de leidend ambtenaar.

De beslissing van de Procureur des Konings om de overtreder niet te vervolgen maakt een alternatieve administratieve geldboete mogelijk, die wordt opgelegd door de inspectiedienst. Het bedrag van de geldboete ligt tussen de 125 euro en 6.200 euro. Bij herhaling door dezelfde overtreder binnen 5 jaar na de beslissing die een dergelijke administratieve boete oplegt, kunnen de vernoemde bedragen verdubbeld worden.

De Inspectiedienst organiseert vervolgens een hoorzitting voor de overtreder. Als dit een rechtspersoon betreft (bv. een vastgoedkantoor), dan is de verhoorde persoon een vertegenwoordiger van het kantoor. Het is op op voorstel van de leidend ambtenaar van de Gewestelijke Inspectiedienst mogelijk de alternatieve administratieve geldboete met de helft te verlagen als de betrokkene een anti-discriminatievorming volgt inzake de toegang tot huisvesting, waarvan de inhoud voorafgaandelijk door hem is goedgekeurd. In het BIV-vormingsaanbod vind je dergelijke opleidingen geregeld terug. Bij overtreding door een vastgoedkantoor, wordt de opleiding door alle personen gevolgd die rechtstreeks of onrechtstreeks met het cliënteel in aanraking kunnen komen.