Nederlandstalige Uitvoerende Kamer ontving iets meer klachten dan in eerste semester 2017
© BIV

Nederlandstalige Uitvoerende Kamer ontving iets meer klachten dan in eerste semester 2017

woensdag 29 augustus 2018

Bij de Nederlandstalige Uitvoerende Kamer kwamen in het eerste semester van dit jaar 365 klachten binnen. In dezelfde periode het jaar voordien waren dat er 323. Dat is een stijging van 13%. 246 klachten werden geseponeerd. In de eerste jaarhelft van 2017 was dat 213 keer. Die verhouding blijft stabiel en komt neer op een seponeringspercentage van een kleine 70%. Zoals we reeds eerder meldden bestaan er velerlei redenen waarom er geseponeerd kan worden: als bv. blijkt dat het BIV onbevoegd is, doordat het niet om een deontologische fout maar om een burgerlijk geschil gaat, doordat een klacht onvoldoende gestoffeerd is met bewijzen, regularisatie, etc.

De vaakst voorkomende klacht blijft bemiddeling bij verkoop (98 tegenover 93 in 2017). De tweede vaakst geconstateerde klacht betreft de syndici. Er kwamen hieromtrent 79 klachten binnen (tegenover 58 in 2017). Er werden daarnaast 53 klachten rond het niet naleven van de vormingsverplichting vastgesteld.