Klacht indienen tegen een erkend vastgoedmakelaar: procedure en mogelijkheden

In het kort

  • Het BIV is enkel bevoegd om op te treden tegen deontologische overtredingen.
  • Dat zijn overtredingen tegen deze deontologie.
  • Mogelijke uitkomsten van een tuchtprocedure zijn: vrijspraak, waarschuwing, berisping, schorsing of schrapping (een permanente schorsing).
  • Het BIV is dus niet bevoegd om bijvoorbeeld een schadevergoeding toe te kennen of om een boete op te leggen.

Enkel deontologische overtredingen

Bij de Kamers van het BIV kan je enkel een klacht indienen tegen een erkend vastgoedmakelaar voor een deontologische overtreding. Om klacht neer te leggen tegen een illegale makelaar (zonder BIV-erkenning), kan je terecht bij de Dienst Opsporing

Merk op dat de Kamers van het BIV niet gemachtigd zijn om een schadevergoeding toe te kennen of om een boete op te leggen. Als klager kan je je in het kader van een tuchtprocedure evenmin burgerlijke partij stellen.

De Kamers hebben uitsluitend de bevoegdheid om tuchtsancties uit te spreken.

Hoe klacht indienen?

Heb je de Plichtenleer er op nagelezen en ben je van mening dat een erkend vastgoedmakelaar één of meerdere regels overtreden heeft? Dan kan je je klacht via één van onderstaande wegen aan ons overmaken. Stoffeer je klacht goed met feiten, bewijzen, correspondentie en dergelijke zodat de rechtskundig assessor meteen kan uitzoeken hoe de vork in de steel zit. Je kan ook gewoon een vraag over de tuchtprocedure stellen.

  • telefonisch: 02/505.38.50
  • per brief: t.a.v. de Rechtskundig Assessor van het BIV, Uitvoerende Kamer, Luxemburgstraat 16b, 1000 Brussel
  • per fax: 02/503.42.23
  • per mail: uk@biv.be
  • via het klachtenformulier

Tuchtprocedure en onderzoek na een klacht

We hebben twee kernachtige, heldere artikels voorzien over wat er gebeurt na een tuchtklacht. Of je nu klager of beklaagde bent, je zal er in mensentaal al de informatie in terugvinden die je zoekt.

Zeer kort samengevat verlopen de tuchtprocedure en het onderzoek na een tuchtklacht als volgt. De rechtskundig assessor onderzoekt de klacht en verzamelt verdere informatie. De hele procedure verloopt schriftelijk, dus het is aangewezen in je briefwisseling met het Instituut steeds de referenties van het dossier te vermelden. Daarna voert de assessor het onderzoek naar eventuele inbreuken op de deontologie. Het onderzoek zelf is geheim. In het kader van het transparante beheer van de dossiers, houden de Kamers de klagers regelmatig op de hoogte van de evolutie van de klacht, bijvoorbeeld over de eventuele aanstelling van een verslaggever, het seponeren van een klacht (in geval er gebrek is aan bewijs of wanneer er bijvoorbeeld geen deontologische fout vastgesteld kon worden) of de oproeping van de vastgoedmakelaar om voor de tuchtkamer te verschijnen.

Het is aan de assessor, die zelf geen vastgoedmakelaar is maar een advocaat hiertoe benoemd door de minister van Middenstand, om te beslissen wat er met een klacht gebeurt. Ook kan hij bewarende maatregelen nemen als hij dat nodig acht.

De zitting waarop het dossier behandeld wordt, is openbaar, maar de beklaagde mag een behandeling met gesloten deuren vragen. Na de debatten beraadslagen de leden van de Uitvoerende Kamer (UK). De beslissing zelf wordt meestal, eveneens openbaar, in een volgende zitting uitgesproken. De beklaagde of de rechtskundig assessor kunnen beroep aantekenen. Gebeurt dit, dan wordt het dossier naar de Kamer van Beroep doorverwezen.

Mogelijke uitspraken en sancties

De Uitvoerende Kamer en de Kamer van Beroep zijn gemachtigd om tuchtrechtelijke beslissingen te nemen die, behalve de vrijspraak, tot vier sancties kan leiden:

  • de waarschuwing,
  • de berisping,
  • de schorsing van maximum 2 jaar,
  • de schrapping.

Sinds 1 september 2013 kunnen de Kamers van het BIV ook voorwaardelijke sancties opleggen, die in verhouding tot de overtreding staan. Minstens even interessant is dat er tegelijkertijd ook een verplichte bijscholing kan worden opgelegd. Kwestie van de professionele makelaar, syndicus of rentmeester op een zinvolle, educatieve manier te kunnen bijsturen wanneer het bijvoorbeeld om een lichtere overtreding gaat.

Dit zijn de Kaderwet en het koninklijk besluit die aan de bron liggen van de tuchtrechtelijke autoriteit van het BIV.