Tuchtbeslissingen van de Kamers

Hieronder vind je een selectie van de meest interessante tuchtbeslissingen van de tuchtkamers van het BIV. Tenzij anders vermeld, hebben alle onderstaande beslissingen de kracht van gewijsde. Dit wil zeggen dat de beslissingen hieronder allemaal finale eindbeslissingen zijn. Geen enkel middel kan dus nog tegen de betreffende beslissing aangewend worden, tenzij anders vermeld.

  • Datum Kamer Beslissing (dossier)
    Schrapping
    23 juni 2016
    Kamer van Beroep
    1077 (T7759)
    Samenvatting: 

    De vastgoedmakelaar-syndicus wordt verweten een gebrekkig administratief beheer te houden in verschillende residenties. Ook zou hij nagelaten hebben zijn kantoor persoonlijk en daadwerkelijk op een degelijke wijze te organiseren door een blinde overnamepolitiek te voeren. Aangezien de aangeklaagde de kans en het voornemen om alles te regulariseren niet aangrijpt, en gezien zijn tuchtrechtelijk verleden, oordeelt de Uitvoerende Kamer dat de schrapping de enig mogelijke sanctie is.

    Aard klacht: 
    Eer en waardigheid
    Syndicus - administratief beh.
    Artikels: 
    Eer en waardigheid - Respect wettelijke bepalingen
    Controle en toezicht kantoor (personeel)
    Beheerder: inzage bewijsstukken uitgaven
    Syndicus: respect bepalingen Burgerlijk Wetboek
  • Datum Kamer Beslissing (dossier)
    Waarschuwing
    11 juni 2015
    Kamer van Beroep
    1009 (T7113)
    Samenvatting: 

    De vastgoedmakelaar zou na de beëindiging van zijn opdracht een lijst van bijna 900 namen naar de opdrachtgever hebben verzonden, ondanks dat aan de in deze lijst vermelde personen geen precieze en individuele informatie werd verschaft. In eerste aanleg achtte de Uitvoerende Kamer de tenlastelegging bewezen, de vastgoedmakelaar kreeg een waarschuwing als sanctie. De vastgoedmakelaar tekende tegen deze uitspraak beroep aan bij de Kamer van Beroep.

    De Kamer van Beroep ging eerst over de vraag of de verkoper al dan niet een consument was, wat zou bepalen of de consumentenbeschermende regelgeving van toepassing was. Nadat de Kamer bevestigde dat de consumentenbeschermende regelgeving wel degelijk van toepassing was, betrof de tweede betwisting de “precieze en individuele informatie” zoals vermeld in artikel 2, 7° van het KB van 12 januari 2007. Aangezien de wetgever, zoals hierboven aangehaald, niet specifieerde wat juist onder “precieze en individuele informatie” moet worden verstaan oordeelde de Kamer dat het dan noodzakelijk is om geval per geval te beoordelen of deze werd verstrekt. Wel duidde de Kamer dat het uitsturen van een bericht via ‘massamail’ - aan alle personen die ooit een zoekformulier hebben ingevuld met algemene criteria waaraan een pand moet voldoen - niet beantwoordt aan de vereiste. In casu faalde de vastgoedmakelaar aan te tonen dat de personen op de lijst concrete interesse hadden. Hij werd dan ook veroordeeld tot een waarschuwing.

    Aard klacht: 
    Bemiddeling verkoop
    Eer en waardigheid
    Artikels: 
    Eer en waardigheid - Respect wettelijke bepalingen
  • Datum Kamer Beslissing (dossier)
    Schorsing
    19 juli 2011
    Kamer van Beroep
    685 (T3897)
    Samenvatting: 

    Oneerlijke mededinging – belangenneming – niet gedragen naar eer en waardigheid
    Inbreuk op de artikelen 3 en 23 van de plichtenleer van het BIV en op artikel 245 van het Strafwetboek.

    Aard klacht: 
    Eer en waardigheid
  • Datum Kamer Beslissing (dossier)
    Schorsing
    19 juli 2011
    Kamer van Beroep
    687 (T3553)
    Samenvatting: 

    Gebrekkige verificatie/meldingsplicht – onrechtmatig innen van gelden - achterhouden gelden – gebruik incorrecte en onvolledige documenten -Inbreuk op de artikelen 1, 10, 12, 13, 20, 28 , en 29 van de plichtenleer van het BIV.

    Aard klacht: 
    Onderzoeks- & informatieplicht
    Financiële verrichtingen
    Eer en waardigheid
  • Datum Kamer Beslissing (dossier)
    Schrapping
    21 juni 2011
    Kamer van Beroep
    679 (T4507)
    Samenvatting: 

    Niet beschikken over een financiële borgstelling - Inbreuk op artikel 1, 5, 32 van de plichtenleer van het BIV en op hoofdstuk 7, Afdeling 4 alsook artikel 94/3 van de WHPC.

    Aard klacht: 
    Financiële verrichtingen
    Collegialiteit
    Eer en waardigheid