Hoe staat het met het crisis-overbruggingsrecht (vervangingsinkomen voor zelfstandigen)?

De federale Ministerraad van vrijdag 6 november 2020 keurde nieuwe steunmaatregelen goed voor de sectoren die getroffen zijn door de gezondheidsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-crisis. Enkele daarvan hebben betrekking op het overbruggingsrecht.

 

1.     Het dubbele crisis-overbruggingsrecht wordt in december verlengd.


Op 23 oktober werd het crisis-overbruggingsrecht verdubbeld voor de maanden oktober en november. Op voorstel van minister Clarinval heeft de beperkte Ministerraad aanstaande vrijdag ingestemd met een verlenging van deze maatregel voor de maand december.           
Tot het einde van het jaar zullen deze maandelijkse vergoedingen dus 2.583,38 euro bedragen voor een alleenstaande zelfstandige en 3.228,20 euro voor een zelfstandige met gezinslast.

Ter herinnering: dit crisis-overbruggingsrecht kan worden aangevraagd door alle zelfstandigen, helpers en meewerkende echtgenoten die hun activiteit geheel of gedeeltelijk hebben moeten stopzetten na een beslissing van een overheidsinstantie (federale overheid, gefedereerde entiteit, gemeente...) in het kader van de COVID-19-crisis. Voorbeeld: de eigenaar van een bar, een discotheek of een restaurant (zelfs als hij take away aanbiedt), een foorkramer, een evenementenorganisator, enz.          

Deze verdubbeling van de vergoedingen geldt ook voor actieve zelfstandigen in sectoren die rechtstreeks afhankelijk zijn van sectoren die hun activiteiten hebben moeten staken en die zich bijgevolg ook genoodzaakt zien hun activiteiten te staken. Voorbeeld: een brouwer die alleen bars en cafés bevoorraadt.     

Als deze activiteit slechts gedeeltelijk wordt stopgezet, behoudt de zelfstandige toegang tot het enkelvoudige overbruggingsrecht.  

De toegang tot het crisis-overbruggingsrecht geldt ook in het geval van aanvullende gewestelijke steun.        

2.     Versoepeling van de toekenningsvoorwaarden voor het klassieke overbruggingsrecht

 

Op voorstel van David Clarinval heeft de beperkte Ministerraad ook beslist om tijdelijk de toekenningsvoorwaarden voor het klassieke overbruggingsrecht te versoepelen zodat het nog toegankelijker wordt.

 

Dit klassieke overbruggingsrecht, ook “overbruggingsrecht ter ondersteuning van de heropstart” genoemd, laat momenteel toe om een minimuminkomen te verzekeren aan de zelfstandige die, nadat hij moest sluiten, zijn activiteit heropstart met een verlies van minstens 10% van zijn inkomsten of van zijn bestelboek. Maar het geeft ook, al langer, een dekking in geval van faillissement of van stopzetting van de activiteit van de werker.

 

Ondanks de crisisondersteuning die de laatste maanden werd opgezet, kan de activiteit voor sommigen immers financieel niet rendabel meer zijn. In hun geval blijft de toegang tot het klassieke overbruggingsrecht te complex wegens te strenge toekenningsmodaliteiten die de minister beslist heeft tijdelijk te versoepelen.

 

Er zijn vier versoepelingen:

 

-        I. De toekenning van het klassieke overbruggingsrecht is voortaan cumuleerbaar met andere vervangingsinkomsten tot een bepaald plafond. Dit geldt met name voor zelfstandigen die op het moment van hun faillissement of stopzetting van hun activiteit recht hebben op een werkloosheidsuitkering van de RVA of een uitkering bij arbeidsongeschiktheid.

 

Indien de aldus ontvangen bedragen lager zijn dan het overbruggingsrecht (1.291,69 euro voor een alleenstaande, 1.614,10 euro met gezinslast), kunnen zij een aanvulling aanvragen om aan dit niveau te komen.       
Om van deze maatregel te kunnen genieten moet het faillissement of de stopzetting van activiteit plaatsvinden tussen 1 april 2020 en 31 maart 2021. Indien nodig kan deze termijn bij Koninklijk Besluit worden verlengd

 

-        II. De toekenning van het klassieke overbruggingsrecht is niet langer beperkt tot 12 of 24 maanden gedurende de loopbaan.  
Dit is bedoeld voor:

-zelfstandigen die in het verleden al een beroep hebben moeten doen op de faillissementsverzekering of het overbruggingsrecht, en die dus een beroep kunnen doen op het overbruggingsrecht als dit zich in 2020 of 2021 voordoet;

-zij die in 2020 en 2021 gebruik maken of zullen maken van het overbruggingsrecht bij faillissement en die later in hun loopbaan nog steeds gebruik kunnen maken van het overbruggingsrecht.

 

-        III. Om toegang te krijgen tot het klassieke overbruggingsrecht, moeten starters nu ten minste twee kwartalen aan sociale bijdragen hebben betaald in plaats van vier. Deze tijdelijke versoepeling is toegankelijk voor alle zelfstandigen die de laatste drie jaar zijn begonnen met hun activiteit. Zoals de organisaties die zelfstandigen vertegenwoordigen wensen, maakt deze hervorming het mogelijk het beginsel van de verzekering te respecteren. Tegelijkertijd biedt ze bescherming tegen mogelijke misbruiken, en dat alles in dienst van degenen die het risico hebben genomen om ondernemer te worden.     
Deze maatregel is van toepassing op faillissementen en stopzettingen van activiteit die plaatsvinden tussen 1 april 2020 en 31 maart 2021. Indien nodig kan deze termijn bij Koninklijk Besluit worden verlengd.

-        IV. De maanden waarin de zelfstandige het overbruggingsrecht heeft genoten, worden voortaan voor de berekening van zijn pensioen gelijkgesteld met perioden van activiteit. De berekening van het recht op dit laatste zal gebaseerd zijn op het minimuminkomen dat wordt gebruikt voor de berekening van de bijdragen van een zelfstandige in hoofdberoep voor het jaar waarin het gelijkgestelde kwartaal zich bevindt.    

Deze tijdelijke maatregel is van toepassing op faillissementen en stopzettingen van activiteit die plaatsvinden tussen 1 april 2020 en 31 maart 2021. Vanaf het vierde kwartaal van 2020 worden de kwartalen gelijkgesteld. Zo zal een zelfstandige die in februari 2021 failliet gaat, voor het 2e, 3e en 4e kwartaal van 2021 en voor het 1e kwartaal van 2022 in aanmerking komen voor een pensioengelijkstelling.

 

3.     Een nieuw crisis-overbruggingsrecht in januari 2021

Op voorstel van de minister van Zelfstandigen en kmo's heeft de beperkte Ministerraad zijn principeakkoord gegeven aan de invoering van een nieuw crisis-overbruggingsrecht dat in januari 2021 in werking zal treden.

 

Het doel van deze hervorming, die David Clarinval in overleg met het Algemeen Beheerscomité van de RSVZ zal uitvoeren, is het ondersteunen van zelfstandigen die een inkomensverlies lijden als gevolg van COVID-19, na een tijdelijke onderbreking van de activiteit of een daling van de omzet.

 

De twee huidige vormen van overbruggingsrecht - ter ondersteuning van de heropstart en crisis- zullen worden samengevoegd tot één crisis-overbruggingsrecht.

 

De bedoeling is de praktische problemen die werknemers die door sluitingen worden getroffen, dagelijks ondervinden, beter aan te pakken door hen ook de best mogelijke ondersteuning te bieden en minder ruimte voor interpretatie te laten bij de heropstart van hun activiteiten.

 

Enkele andere tussenkomsten werden ook aangekondigd:

 

    Aanvullend uitstel van betaling van de vennootschapsbijdrage

 

De beperkte Ministerraad van deze vrijdag heeft ook een extra termijn toegekend voor de betaling van de jaarlijkse vennootschapsbijdrage. Aanvankelijk was de termijn al uitgesteld tot 31 oktober, maar deze werd verlengd tot 31 december 2020.

 

Aangezien deze maatregel een wetswijziging vereist, heeft David Clarinval de RSVZ inmiddels opdracht gegeven om voor 31 december geen herinnering te sturen naar zelfstandigen die deze bijdrage nog niet hebben betaald. Dit geeft hen een extra adempauze, wat bijzonder welkom is in deze complexe periode.

 

     Verlenging van de COVID-19-crisisuitkering bij arbeidsongeschiktheid

 

Op voorstel van de minister van Zelfstandigen en kmo's heeft de beperkte Ministerraad ook ingestemd met de uitbreiding van de "COVID-19-crisisuitkering bij arbeidsongeschiktheid" voor zelfstandigen en meewerkende echtgenoten. De einddatum ervan wordt dus verlengd van 31 december 2020 tot 31 maart 2021.

Deze maatregel maakt een aanvullende crisisuitkering mogelijk voor de periode van arbeidsongeschiktheid tijdens de COVID-periode.

 

Deze is van kracht sinds maart 2020 en geeft zelfstandigen, die slechts een uitkering van 990,60 euro per maand (tarief samenwonende) krijgt, de mogelijkheid om een toeslag van 301,09 euro te ontvangen van hun ziekenfonds. Deze twee tussenkomsten samen zijn goed voor een bedrag van 1.291,69 euro per maand, wat neerkomt op het enkelvoudig overbruggingsrecht.

 

Deze vergoeding wordt toegekend:

-        aan de samenwonende zelfstandige zonder familie ten laste waarvan is erkend dat deze vanaf 1 maart 2020 ten minste acht dagen arbeidsongeschikt is;

-        aan de samenwonende zelfstandige zonder familie ten laste, die de toegestane activiteit tijdens zijn arbeidsongeschiktheid gedurende ten minste zeven opeenvolgende kalenderdagen (ten vroegste) vanaf 1 maart 2020 moet staken.

 

    Aanzuiveringsplan met behoud van de terugbetaling van ziektekosten

 

Ten slotte heeft de beperkte Ministerraad ermee ingestemd dat zelfstandigen die in 2020 uitstel van betaling van hun sociale bijdragen hebben gekregen als gevolg van de coronacrisis, in 2021 toegang tot een aanzuiveringsplan kunnen vragen.

 

Een zelfstandige die een dergelijk uitstel heeft gekregen, kan zijn betalingen voor maximaal één jaar uitstellen (tot 31 maart 2021 voor de bijdragen voor het eerste kwartaal van 2020, enz.)

 

In 2021 zullen sommige zelfstandigen dus hun voorlopige bijdragen van 2020 moeten betalen, die van 2021, de uitgestelde bijdragen van 2018 en de regularisatiebijdragen van 2019 die mogelijk in 2021 verschuldigd zijn.

 

De maatregel die vrijdag is genomen, stelt de werknemers in dit geval in staat om te genieten van een aanzuiveringsplan met een looptijd van een jaar (maximaal 12 termijnen) voor de bijdragen met betrekking tot 2020 waarop de uitstelmaatregel is toegepast. Deze maatregel is bedoeld om te voorkomen dat zij een vrijstelling van hun bijdragen voor 2020 aanvragen, waardoor hun pensioen later kwetsbaarder zou worden.

 

In de praktijk zullen de bij dit aanzuiveringsplan betrokken bijdragen 2020 kunnen worden betaald op ten laatste:

-        31 maart 2022 voor de bijdragen van het 1e kwartaal 2020

-        30 juni 2022 voor de bijdragen van het 2e kwartaal 2020

-        30 september 2022 voor de bijdragen van het 3e kwartaal 2020

-        31 december 2022 voor de bijdragen van het 4e kwartaal2020.

Als het wordt gevolgd zal dit aanzuiveringsplan niet leiden tot verhogingen wegens laattijdige betaling en er zal geen impact zijn op de gezinsbijslag, de verzekering arbeidsonbekwaamheid, de moederschapsverzekering, de moederschapshulp, de vaderschapsuitkering, het pensioen, enz.

Het heeft ook geen invloed op de terugbetaling van de medische zorg van de zelfstandige. De verplichting om sociale bijdragen te betalen voor het tweede jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de terugbetaling wordt gevraagd– d.w.z. de bijdragen 2020 voor de terugbetalingen in 2022 – zal immers tijdelijk worden opgeschorst.

 

 
06 november 2020