BIV

Onderwerpen die te maken hebben met het Instituut

U bent hier

Nieuwigheden BIV-plichtenleer vanaf 30 december 2018

Nieuwigheden BIV-plichtenleer vanaf 30 december 2018

Aangemaakt op: 20/12/2018
Laatste update: 07/11/2019

Op 31 oktober 2018 werd de nieuwe BIV-plichtenleer gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad  (KB van 29 juni 2018 tot goedkeuring van het reglement van plichtenleer van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars). Deze nieuwe plichtenleer treedt in werking de 60ste dag na publicatie, dus op 30 december 2018.

 

Verschillende bepalingen van de oude BIV-plichtenleer (zoals goedgekeurd bij KB van 27 september 2006) dienden te worden geactualiseerd naar aanleiding van diverse wetswijzigingen. Zo werd bijvoorbeeld nog verwezen naar de Wet Handelspraktijken die inmiddels vervangen werd door het Wetboek Economisch Recht. Zo kende ook  de wetgeving mede-eigendom aanpassingen waarmee bij het opstellen van de nieuwe plichtenleer rekening werd gehouden.

 

Hoewel de nieuwe plichtenleer inhoudelijk grotendeels identiek is aan oude plichtenleer, werd van deze opfrissing gebruik gemaakt om een aantal nieuwe bepalingen in te voeren alsook een aantal oude overbodige bepalingen te schrappen (zoals definitie van de ‘sterkmaking’, deze is immers gedefinieerd in het Burgerlijk Wetboek).

 

Enkele belangrijke nieuwigheden waarmee de vastgoedmakelaar - vanaf 30 december 2018 - rekening dient te houden:

1. Verplichte vermelding Beroepsaansprakelijkheidsverzekering en borgstelling

Nieuw is dat de vastgoedmakelaar voortaan op elk document én op zijn website ook de naam van de verzekeringsonderneming (op dit moment is dat: NV AXA Belgium) moet vermelden die instaat voor de dekking van de burgerlijke beroepsaansprakelijkheid en financiële borgstelling, evenals het polisnummer (art. 20 van de nieuwe plichtenleer). Voorbeeld van mogelijke vermelding: “BA en borgstelling via NV AXA Belgium (polisnr. 730.390.160)”.

2. Samenwerking bij co-exclusieve opdrachten – schriftelijke samenwerkingsovereenkomst

Het is een open deur intrappen, maar wanneer verschillende vastgoedmakelaars co-exclusief wensen samen te werken, moet dit gekenmerkt zijn door een volledige geest van samenwerking. Dit werd nu expliciet opgenomen in de nieuwe plichtenleer met de verplichting om de afspraken schriftelijk vast te leggen. De vastgoedmakelaars dienen alle inlichtingen en documenten uit te wisselen in het belang van de opdracht en stellen daartoe een schriftelijke samenwerkingsovereenkomst op (art. 25 nieuwe plichtenleer).

3. Permanente vorming 10 uur per deelkolom per kalenderjaar

Een andere belangrijke wijziging situeert zich op het vlak van de permanente vorming. Waar je tot eind 2018 gemiddeld 20 uur permanente vorming over twee jaar dient te volgen, geldt er vanaf 2019  een vormingsplicht van 10 uur per deelkolom per kalenderjaar (art.37 van de nieuwe plichtenleer).

 

De opdeling in twee deelkolommen (bemiddelaar en syndicus) werd ingevoerd bij Wet van 11 februari 2013. Wie op de beide deelkolommen staat ingeschreven, zal nu dus 20 uur (2 x 10 uur) vorming per kalenderjaar dienen te volgen. Of de vorming gericht is op bemiddelaars en/of syndici, is niet bepalend voor het meetellen ervan. Elke erkende vorming telt mee.

 

Voor deze nieuwe vormingsplicht wordt rekening met de gevolgde uren vanaf 1 januari 2019.  Het is niet mogelijk om een overschot aan uren over te dragen naar een volgend kalenderjaar.

 

Enkel de vormingen die je in ons vormingsaanbod terugvindt, zijn voorafgaandelijk erkend. Dat betekent dat je na je aanwezigheid zeker een vormingsattest krijgt.  Online gevolgde e-learningcursussen van het BIV tellen voor maximum 2 uur mee in je totaal jaarlijks pakket van permanente vorming.

 

Volg je een vorming die niet voorafgaandelijk erkend is, dan moet de vastgoedmakelaar, als de Uitvoerende Kamer daarom verzoekt, bewijzen kunnen voorleggen over de onderwerpen en over de bestede tijd aan deze vormingen. De Uitvoerende Kamer  zal dan oordelen of deze al dan niet meetellen als permanente vorming.

4. Navraag naar bestaan van een eerdere bemiddelingsopdracht

In de nieuwe plichtenleer werd ook uitdrukkelijk voorzien in de verplichting dat  de vastgoedmakelaar er zich bij zijn potentiële opdrachtgever steeds dient te van vergewissen of deze reeds in het verleden een bemiddelingsopdracht heeft toevertrouwd aan een andere vastgoedmakelaar en desgevallend of deze eerdere vastgoedmakelaar - na de beëindiging van de bemiddelingsopdracht - aan de opdrachtgever een lijst heeft bezorgd met de gegevens van kandidaat-wederpartijen waaraan precieze en individuele informatie werd verschaft (art. 50 nieuwe plichtenleer). Zo kan de opvolgende vastgoedmakelaar zijn opdrachtgever wijzen op het risico van dubbele vergoeding indien verkocht zou worden aan iemand die op deze lijst is opgenomen.

5. Bedragen die toekomen aan de vereniging van mede-eigendom op rekening van de VME

Ook voor de syndicus zijn er een aantal nieuwigheden.  Zo moet de syndicus er onder andere op toezien dat schadevergoedingen, ristorno’s, terugbetalingen, en, in het algemeen, elk bedrag dat aan de Vereniging van Mede-eigendom (VME) toekomt, ook rechtstreeks op de rekening van de VME wordt gestort (art. 79 nieuwe plichtenleer).

6. Bewaartermijn documenten syndicus verlengd van 5 naar 10 jaar

De bewaartermijn van documenten als afrekeningen en de vermogensstaat wordt verlengd. De syndicus zal deze voortaan geen 5, maar wel 10 jaar - na datum van verkregen kwijting - moeten bijhouden (art. 84 nieuwe plichtenleer).

7. Inventaris bij overdracht documenten aan opvolgende syndicus

In geval een nieuwe syndicus wordt aangesteld, moet de aftredende syndicus en zijn opvolger – in het kader van de overhandiging van de documenten zoals voorzien in art. 577-8 §4, 9° van het Burgerlijk Wetboek - een gedetailleerde inventaris opstellen met de overgedragen stukken (art. 85 nieuwe plichtenleer).

Het was belangrijk om de oude BIV-plichtenleer (editie 2006) in overeenstemming te brengen met  de nieuwe wettelijke veranderingen (Wetboek Economisch recht, Vastgoedmakelaarswet van 2013, wetgeving mede-eigendom, …). Tegelijkertijd werden een aantal aanpassingen doorgevoerd  - zoals hiervoor besproken - die verder zullen bijdragen tot een beter imago van het beroep en tot meer consumentenvertrouwen.
Was dit artikel nuttig?