Wat indien een huurder zijn hoofdverblijfplaats niet vestigt, ondanks dat een pand wel daarvoor verhuurd is? Heeft dit gevolgen voor de belasting op tweede verblijven?

Voor een tweede verblijf leggen heel wat Belgische gemeenten en provincies een belasting op. Het bedrag wordt vrij bepaald door de gemeente of provincie en kan oplopen tot 1.000 euro per jaar. Wie niet gedomicilieerd is op het adres van het goed of op een ander adres in de gemeente of de provincie, moet deze belasting betalen.

De taks moet worden betaald indien het goed wordt verhuurd als tweede verblijf. Wanneer het pand verhuurd wordt als hoofdverblijfplaats is de belasting op tweede verblijven niet van toepassing. De eigenaar zal deze taks moeten betalen als de huurder er zijn hoofdverblijf niet vestigt. Dit dient wel per gemeente te worden nagegaan. Maar het criterium lijkt op het eerste zicht het ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters op dit adres. In de hypothese van een woninghuur schiet de huurder dan wel tekort aan zijn contractuele verplichtingen om het pand als hoofdverblijf te huren, op basis waarvan reeds bij een burgerlijke rechtbank een terugbetaling zou kunnen worden gevorderd, zelfs zonder uitdrukkelijke clausule. Niets belet evenwel dat er een uitdrukkelijke clausule in de huurovereenkomst wordt voorzien.

24 september 2015