Een verhuurder vraagt mij om een clausule op te nemen in het huurcontract waarin zijn bezoekrecht van de huurwoning geregeld wordt. Hoe pak ik dit het beste aan?

Het regelen van het bezoekrecht in een clausule in het huurcontract gebeurt wel vaker en is goed voor de duidelijkheid tussen beide partijen. De verhuurder mag ter plaatse gaan controleren of de huurder de woning goed onderhoudt. Er zijn wel regels te volgen.

De verhuurder moet bijvoorbeeld steeds een afspraak maken met de huurder om langs te komen. Onaangekondigd bezoek is uit den boze. Een bezoekrecht is ook geen recht tot huiszoeking. De verhuurder moet rekening houden met de onschendbaarheid van de woning van de huurder. Hij mag zijn bezoekrecht uitoefenen, maar te goeder trouw en in beperkte mate. Maximaal één of twee bezoeken per jaar dus. Het is ook een goed idee om de redenen van het bezoekrecht in de clausule te vermelden, bijvoorbeeld ‘om te controleren of de huurder zijn verplichtingen nakomt en om vast te stellen of er werken of herstellingen moeten worden uitgevoerd’. Als een huurder zonder geldige reden het bezoek weigert, dan kan de verhuurder zich tot de vrederechter wenden.

Uitzondering: als de eigenaar de woning te koop stelt of een nieuwe huurder moet vinden. Dan moeten kandidaat huurders of kopers de gelegenheid krijgen om de woning te bezichtigen. De huurder moet dit bezoek dulden. Ook dit kan best van bij het begin in het huurcontract worden opgenomen. Zo kan bijvoorbeeld worden opgenomen dat in zo’n geval in onderling overleg 3 keer per week twee uren worden overeengekomen waarin bezichtigingen kunnen plaatsvinden.

24 september 2015