Van klacht tot uitspraak: de tuchtprocedure

Procedure en onderzoek na een klacht

We hebben twee kernachtige, heldere artikels voorzien over wat er gebeurt na een tuchtklacht. Of je nu klager of beklaagde bent, je zal er in mensentaal al de informatie in terugvinden die je zoekt.

Zeer kort samengevat verlopen procedure en onderzoek na een tuchtklacht als volgt. De rechtskundig assessor onderzoekt de klacht en verzamelt verdere informatie. De hele procedure verloopt schriftelijk, dus het is aangewezen in je briefwisseling met het Instituut steeds de referenties van het dossier te vermelden. Daarna voert de assessor het onderzoek naar eventuele inbreuken op de deontologie. Het onderzoek zelf is geheim. In het kader van het transparante beheer van de dossiers, houden de Kamers de klagers regelmatig op de hoogte van de evolutie van de klacht, bijvoorbeeld over de eventuele aanstelling van een verslaggever, het seponeren van een klacht (in geval er gebrek is aan bewijs of wanneer er bijvoorbeeld geen deontologische fout vastgesteld kon worden) of de oproeping van de vastgoedmakelaar om voor de tuchtkamer te verschijnen.

Het is aan de assessor, die zelf geen vastgoedmakelaar is maar een advocaat hiertoe benoemd door de minister van Middenstand, om te beslissen wat er met een klacht gebeurt. Ook kan hij bewarende maatregelen nemen als hij dat nodig acht.

De zitting waarop het dossier behandeld wordt, is openbaar, maar de beklaagde mag een behandeling met gesloten deuren vragen. Na de debatten beraadslagen de leden van de Uitvoerende Kamer (UK). De beslissing zelf wordt meestal, eveneens openbaar, in een volgende zitting uitgesproken. De beklaagde of de rechtskundig assessor kunnen beroep aantekenen. Gebeurt dit, dan wordt het dossier naar de Kamer van Beroep doorverwezen.

Mogelijke uitspraken en sancties

De Uitvoerende Kamer en de Kamer van Beroep zijn gemachtigd om tuchtrechtelijke beslissingen te nemen die, behalve de vrijspraak, tot vier sancties kan leiden:

  • de waarschuwing,
  • de berisping,
  • de schorsing van maximum 2 jaar,
  • de schrapping.

Sinds 1 september 2013 kunnen de Kamers van het BIV ook voorwaardelijke sancties opleggen, die in verhouding tot de overtreding staan. Minstens even interessant is dat er tegelijkertijd ook een verplichte bijscholing kan worden opgelegd. Kwestie van de professionele makelaar, syndicus of rentmeester op een zinvolle, educatieve manier te kunnen bijsturen wanneer het bijvoorbeeld om een lichtere overtreding gaat.

Dit zijn de Kaderwet en het koninklijk besluit die aan de bron liggen van de tuchtrechtelijke autoriteit van het BIV.