Meerdere vonnissen ten gunste van de sector

Meerdere vonnissen ten gunste van de sector

woensdag 4 oktober 2017

De laatste maanden heeft het BIV haar slag thuisgehaald in enkele dossiers aangaande de onwettige uitoefening van ons beroep. Zo werden ondermeer gevangenisstraffen uitgesproken tegen drie illegale beoefenaars en werd bevestigd dat elkeen die als zelfstandige tussenkomt in de verkoop van onroerend goed, waarvan hij niet de eigenaar is, onder de BIV-wetgeving valt, in dit geval dus ook zelfstandige verkopers  van bouwpromotoren.

Eind 2012, oordeelde de Brusselse Rechtbank van Koophandel dat drie onwettige beoefenaars hun activiteiten onmiddellijk dienden te staken. De uitspraak werd in 2016 bevestigd door het Hof van Beroep. Gezien deze personen actief bleven in de sector, trok het BIV naar de Correctionele Rechtbank om de strafrechtelijke procedure te starten. Deze laatste sprak in haar vonnis zware straffen uit voor het op illegale wijze stellen van makelaarsactiviteiten alsook voor andere antecedenten. De hoofdbeklaagde kreeg een effectieve gevangenisstraf van 3 jaar en een boete van 21.000 euro, een tweede persoon kreeg een gevangenisstraf van 18 maanden met uitstel van 3 jaar en een boete van 12.000 euro met uitstel voor de helft, eveneens voor 3 jaar en de derde beklaagde werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 maanden met uitstel van 3 jaar en een boete van 8.250 euro met uitstel voor de helft, eveneens voor 3 jaar. Intussen tekenden de beklaagden cassatieberoep aan tegen de uitspraak.

In een tweede, zeer belangrijk vonnis, bevestigde de Rechtbank van Koophandel van Nijvel één van de principes die het BIV al van bij het begin verdedigt: wie als zelfstandige onroerend goed verkoopt, waarvan hij zelf geen eigenaar is, moet BIV-erkend zijn. Bouwpromotoren die zelfstandige verkopers inzetten om gronden (met of zonder bouwproject) of reeds gebouwde appartementen te verkopen, zijn onderworpen aan de vastgoedmakelaarswet. Er stelt zich geen probleem als de bouwpromotor zelf zijn grond of appartement verkoopt, maar het loutere feit dat er door een eigenaar-verkoper een bemiddelingsopdracht wordt gegeven aan een derde om potentiële klanten te werven volstaat als argument voor de rechter.

De rechter sprak zich uitzonderlijk uit over “bepalende bijstand”. Deze notie moet niet noodzakelijk zijn vastgeknoopt aan de handelsagent, zij kan ook de opdracht die aan de handelsagent werd gegeven viseren. Bepalende bijstand is ondermeer: bezoeken van woningen die te koop staan, overmaken van biedingen...De rechtbank herinnerde eveneens dat de verplichting tot erkenning noodzakelijk is, zelfs indien het een uitzonderlijke of eenmalige activiteit betreft.

Het publiek heeft recht op de bescherming zoals voorzien door de wetgever, zelfs in geval van een éénmalige activiteit. De zelfstandige verkoper (handelsagent of niet) die werkt voor de bouwpromotor moest, sinds de uitspraak, al zijn illegale activiteiten op het Belgisch grondgebied staken op straffe van een dwangsom van 5000 euro per inbreuk, per dag.  Tegen deze uitspraak kan nog hoger beroep worden aangetekend.